News & events

BERICHT_ALGEMEEN

05/03/2021

Het asbestinventarisattest

 

 

De Vlaamse Regering keurde in 2018 het actieplan Asbestbouw goed om Vlaanderen tegen 2040 asbestveilig te maken. Een van de actiepunten in dit plan is de invoering van het zogenaamde asbestinventarisatieattest.

 

 

Wat?

Een asbestinventarisattest is een document waarin alle asbesthoudende materialen van het onroerend goed worden opgenomen. Dit is het resultaat van een asbestinventarisatie. Het beschrijft welke materialen of gebouwonderdelen asbest bevatten, wat de staat is van het asbest en hoe het veilig kan beheerd of verwijderd worden.

 

De inventarisatie voor een asbestattest is “niet-destructief”. Een niet-destructieve asbestinventaris beschrijft enkel de rechtstreeks waarneembare asbestbronnen die een risico kunnen vormen bij het dagelijkse gebruik van het gebouw. Tijdens de inspectie worden nooit wanden of vloeren beschadigd om ingesloten asbest op te sporen. Bij het opstellen van een destructieve asbestinventaris gebeurt dat wel.

 

Het attest zal moeten worden opgesteld door een erkende asbestdeskundige die op basis van een inspectie ter plaatse alle waarneembare asbesthoudende materialen in het pand zal opsommen en beoordelen naar risico. Bij het opstellen van deze inventaris zal de deskundige ook advies afleveren over de correcte verwijderingsmethode. Na het opstellen van de inventaris worden de gegevens door OVAM gecontroleerd, waarna zij een rapport zal afleveren in de vorm van een asbestinventarisattest.

 

 

Wanneer?

Het asbestinventarisattest zal moeten worden afgeleverd bij de overdracht van een constructie met risicobouwjaar, d.i. een gebouw opgericht vóór 2001. Waarom enkel bij onroerende goederen gebouwd voor 2001? Dit is eenvoudig te verklaren: in 1998 werd de productie van materialen met asbest verboden, waarna er in 2001 een verbod kwam op het gebruik van asbesthoudende materialen.

 

De verplichting tot het voorleggen van een asbestattest zal rusten op de overdrager.

 

Het attest zal moeten voorhanden zijn bij verschillende soorten overdrachten, onder meer bij een verkoop, schenking of fusie van vennootschappen, maar dan weer niet bij een overdracht door onteigening of een erfenis.

 

Als aanvulling op de verplichting om asbestattest voor te leggen bij de overdracht van een onroerend goed, zal iedereen die eigenaar is van een gebouw met risicobouwjaar (d.i. een gebouw met bouwjaar 2000 of ouder) vanaf 1 januari 2032 in het bezit moeten zijn van een asbestinventarisattest. Bij verhuur zal de eigenaar die over een asbestattest beschikt, verplicht zijn om een kopie te bezorgen aan de (nieuwe) huurders.

 

 

Sanctie bij ontbreken van asbestattest?

Als een onroerend goed wordt overgedragen zonder het vereiste asbestattest, zal de koper de nietigheid van de overeenkomst tot overdracht van het onroerend goed (bijv. de verkoopovereenkomst) kunnen vorderen. Vermoedelijk zal de verwerver, naar analogie met de rechtspraak inzake het bodemattest, daartoe moeten aantonen dat hij een effectief nadeel – hoe miniem ook – heeft ondervonden als gevolg van de laattijdige afgifte of van het ontbreken van het asbestattest, wil hij vermijden dat zijn nietigheidsvordering wordt bestempeld als rechtsmisbruik. Natuurlijk zal het afwachten zijn hoe de rechtspraak omgaat met dergelijke nietigheidsvordering.

 

Het gaat alleszins om een relatieve nietigheid: de verwerver kan deze niet meer inroepen wanneer hij in de notariële akte uitdrukkelijk heeft verzaakt aan de nietigheidsvordering en hij een geldig asbestinventarisattest heeft ontvangen.

 

Zo is het asbestattest het nieuwste document dat moet worden voorgelegd bij de verkoop van een onroerend goed (op straffe van nietigheid), naast het stedenbouwkundig uittreksel en het bodemattest. Deze drie attesten zullen binnenkort worden gebundeld in een zogenaamde Woningpas.

 

 

Inwerkingtreding?

Op heden is de Vlaamse regering bezig met de uitwerking van de regelgeving omtrent het asbestattest. Men verwacht dat deze regelgeving in werking zal treden in de loop van 2022.

 

 

Auteur

Alexander Mondy

News & events

BERICHT_ALGEMEEN

05/03/2021

Het asbestinventarisattest

 

 

De Vlaamse Regering keurde in 2018 het actieplan Asbestbouw goed om Vlaanderen tegen 2040 asbestveilig te maken. Een van de actiepunten in dit plan is de invoering van het zogenaamde asbestinventarisatieattest.

 

 

Wat?

Een asbestinventarisattest is een document waarin alle asbesthoudende materialen van het onroerend goed worden opgenomen. Dit is het resultaat van een asbestinventarisatie. Het beschrijft welke materialen of gebouwonderdelen asbest bevatten, wat de staat is van het asbest en hoe het veilig kan beheerd of verwijderd worden.

 

De inventarisatie voor een asbestattest is “niet-destructief”. Een niet-destructieve asbestinventaris beschrijft enkel de rechtstreeks waarneembare asbestbronnen die een risico kunnen vormen bij het dagelijkse gebruik van het gebouw. Tijdens de inspectie worden nooit wanden of vloeren beschadigd om ingesloten asbest op te sporen. Bij het opstellen van een destructieve asbestinventaris gebeurt dat wel.

 

Het attest zal moeten worden opgesteld door een erkende asbestdeskundige die op basis van een inspectie ter plaatse alle waarneembare asbesthoudende materialen in het pand zal opsommen en beoordelen naar risico. Bij het opstellen van deze inventaris zal de deskundige ook advies afleveren over de correcte verwijderingsmethode. Na het opstellen van de inventaris worden de gegevens door OVAM gecontroleerd, waarna zij een rapport zal afleveren in de vorm van een asbestinventarisattest.

 

 

Wanneer?

Het asbestinventarisattest zal moeten worden afgeleverd bij de overdracht van een constructie met risicobouwjaar, d.i. een gebouw opgericht vóór 2001. Waarom enkel bij onroerende goederen gebouwd voor 2001? Dit is eenvoudig te verklaren: in 1998 werd de productie van materialen met asbest verboden, waarna er in 2001 een verbod kwam op het gebruik van asbesthoudende materialen.

 

De verplichting tot het voorleggen van een asbestattest zal rusten op de overdrager.

 

Het attest zal moeten voorhanden zijn bij verschillende soorten overdrachten, onder meer bij een verkoop, schenking of fusie van vennootschappen, maar dan weer niet bij een overdracht door onteigening of een erfenis.

 

Als aanvulling op de verplichting om asbestattest voor te leggen bij de overdracht van een onroerend goed, zal iedereen die eigenaar is van een gebouw met risicobouwjaar (d.i. een gebouw met bouwjaar 2000 of ouder) vanaf 1 januari 2032 in het bezit moeten zijn van een asbestinventarisattest. Bij verhuur zal de eigenaar die over een asbestattest beschikt, verplicht zijn om een kopie te bezorgen aan de (nieuwe) huurders.

 

 

Sanctie bij ontbreken van asbestattest?

Als een onroerend goed wordt overgedragen zonder het vereiste asbestattest, zal de koper de nietigheid van de overeenkomst tot overdracht van het onroerend goed (bijv. de verkoopovereenkomst) kunnen vorderen. Vermoedelijk zal de verwerver, naar analogie met de rechtspraak inzake het bodemattest, daartoe moeten aantonen dat hij een effectief nadeel – hoe miniem ook – heeft ondervonden als gevolg van de laattijdige afgifte of van het ontbreken van het asbestattest, wil hij vermijden dat zijn nietigheidsvordering wordt bestempeld als rechtsmisbruik. Natuurlijk zal het afwachten zijn hoe de rechtspraak omgaat met dergelijke nietigheidsvordering.

 

Het gaat alleszins om een relatieve nietigheid: de verwerver kan deze niet meer inroepen wanneer hij in de notariële akte uitdrukkelijk heeft verzaakt aan de nietigheidsvordering en hij een geldig asbestinventarisattest heeft ontvangen.

 

Zo is het asbestattest het nieuwste document dat moet worden voorgelegd bij de verkoop van een onroerend goed (op straffe van nietigheid), naast het stedenbouwkundig uittreksel en het bodemattest. Deze drie attesten zullen binnenkort worden gebundeld in een zogenaamde Woningpas.

 

 

Inwerkingtreding?

Op heden is de Vlaamse regering bezig met de uitwerking van de regelgeving omtrent het asbestattest. Men verwacht dat deze regelgeving in werking zal treden in de loop van 2022.

 

 

Auteur

Alexander Mondy

News & events

BERICHT_ALGEMEEN

05/03/2021

Het asbestinventarisattest

 

 

De Vlaamse Regering keurde in 2018 het actieplan Asbestbouw goed om Vlaanderen tegen 2040 asbestveilig te maken. Een van de actiepunten in dit plan is de invoering van het zogenaamde asbestinventarisatieattest.

 

 

Wat?

Een asbestinventarisattest is een document waarin alle asbesthoudende materialen van het onroerend goed worden opgenomen. Dit is het resultaat van een asbestinventarisatie. Het beschrijft welke materialen of gebouwonderdelen asbest bevatten, wat de staat is van het asbest en hoe het veilig kan beheerd of verwijderd worden.

 

De inventarisatie voor een asbestattest is “niet-destructief”. Een niet-destructieve asbestinventaris beschrijft enkel de rechtstreeks waarneembare asbestbronnen die een risico kunnen vormen bij het dagelijkse gebruik van het gebouw. Tijdens de inspectie worden nooit wanden of vloeren beschadigd om ingesloten asbest op te sporen. Bij het opstellen van een destructieve asbestinventaris gebeurt dat wel.

 

Het attest zal moeten worden opgesteld door een erkende asbestdeskundige die op basis van een inspectie ter plaatse alle waarneembare asbesthoudende materialen in het pand zal opsommen en beoordelen naar risico. Bij het opstellen van deze inventaris zal de deskundige ook advies afleveren over de correcte verwijderingsmethode. Na het opstellen van de inventaris worden de gegevens door OVAM gecontroleerd, waarna zij een rapport zal afleveren in de vorm van een asbestinventarisattest.

 

 

Wanneer?

Het asbestinventarisattest zal moeten worden afgeleverd bij de overdracht van een constructie met risicobouwjaar, d.i. een gebouw opgericht vóór 2001. Waarom enkel bij onroerende goederen gebouwd voor 2001? Dit is eenvoudig te verklaren: in 1998 werd de productie van materialen met asbest verboden, waarna er in 2001 een verbod kwam op het gebruik van asbesthoudende materialen.

 

De verplichting tot het voorleggen van een asbestattest zal rusten op de overdrager.

 

Het attest zal moeten voorhanden zijn bij verschillende soorten overdrachten, onder meer bij een verkoop, schenking of fusie van vennootschappen, maar dan weer niet bij een overdracht door onteigening of een erfenis.

 

Als aanvulling op de verplichting om asbestattest voor te leggen bij de overdracht van een onroerend goed, zal iedereen die eigenaar is van een gebouw met risicobouwjaar (d.i. een gebouw met bouwjaar 2000 of ouder) vanaf 1 januari 2032 in het bezit moeten zijn van een asbestinventarisattest. Bij verhuur zal de eigenaar die over een asbestattest beschikt, verplicht zijn om een kopie te bezorgen aan de (nieuwe) huurders.

 

 

Sanctie bij ontbreken van asbestattest?

Als een onroerend goed wordt overgedragen zonder het vereiste asbestattest, zal de koper de nietigheid van de overeenkomst tot overdracht van het onroerend goed (bijv. de verkoopovereenkomst) kunnen vorderen. Vermoedelijk zal de verwerver, naar analogie met de rechtspraak inzake het bodemattest, daartoe moeten aantonen dat hij een effectief nadeel – hoe miniem ook – heeft ondervonden als gevolg van de laattijdige afgifte of van het ontbreken van het asbestattest, wil hij vermijden dat zijn nietigheidsvordering wordt bestempeld als rechtsmisbruik. Natuurlijk zal het afwachten zijn hoe de rechtspraak omgaat met dergelijke nietigheidsvordering.

 

Het gaat alleszins om een relatieve nietigheid: de verwerver kan deze niet meer inroepen wanneer hij in de notariële akte uitdrukkelijk heeft verzaakt aan de nietigheidsvordering en hij een geldig asbestinventarisattest heeft ontvangen.

 

Zo is het asbestattest het nieuwste document dat moet worden voorgelegd bij de verkoop van een onroerend goed (op straffe van nietigheid), naast het stedenbouwkundig uittreksel en het bodemattest. Deze drie attesten zullen binnenkort worden gebundeld in een zogenaamde Woningpas.

 

 

Inwerkingtreding?

Op heden is de Vlaamse regering bezig met de uitwerking van de regelgeving omtrent het asbestattest. Men verwacht dat deze regelgeving in werking zal treden in de loop van 2022.