
09/02/2026
NIET ELKE FOUT BIJFT TIEN JAAR AAN U PLAKKEN: voor bepaalde gebreken kunt u de aansprakelijkheidstermijn zelf beperken. Slim contracteren bespaart dan ook mogelijke kopzorgen.
Het is welbekend dat in het kader van de zwaar verborgen gebreken die de stabiliteit van het gebouw in gedrang brengen, de aannemer en / of architect aangesproken kan worden in het kader van de tienjarige aansprakelijkheidstermijn. Dit volgt uit de bepalingen van de artikelen 1792 en 2270 oud Burgerlijk Wetboek. Aangezien de wettelijke regeling hieromtrent van openbare orde is, kan noch de termijn zelf noch de draagwijdte ervan contractueel ingeperkt worden.
Wat dan met de licht verborgen gebreken? Deze vallen immers onder de gewone contractuele aansprakelijkheid die beheerst wordt door de gemeenrechtelijke verjaringstermijn.
De grondslag van deze aansprakelijkheid is het principe van de uitvoering te goeder trouw van verbintenissen en de beperkte werking van de goedkeuring van het werk. Het is immers niet zo dat een aanvaarding van de werken door de bouwheer automatisch als gevolg heeft dat men ook de verborgen gebreken aanvaardt. Waar men geen kennis van heeft, kan men immers niet goedkeuren, dit aldus in tegenstelling tot bij de zichtbare gebreken.
Daar het gaat om een foutaansprakelijkheid, zal het wel aan de bouwheer liggen om aan te tonen dat de aannemer en / of architect een fout begaan heeft. Het gebrek an sich kan materieel zijn, dan wel een uitvoeringsfout of een functioneel gebrek zijn.
1. Wettelijke regeling
1.1. Termijn voor de vordering
Ten einde na te gaan of de bouwheer op ontvankelijke wijze een aansprakelijkheidsvordering heeft ingesteld, dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de proceduretermijn en de waarborgtermijn.
De proceduretermijn betreft de termijn waarbinnen de vordering daadwerkelijk moet worden ingesteld nadat men het gebrek ontdekt heeft. De waarborgtermijn dan weer de termijn waarbinnen de aannemer en / of architect kunnen aangesproken worden voor de licht verborgen gebreken.
i) Proceduretermijn
Als algemene regel geldt dat de aansprakelijkheidsvordering op grond van de licht verborgen gebreken tijdig dient ingesteld te worden en dit vanaf ontdekking ervan. De rechter oordeelt op soevereine wijze op welk ogenblik de bouwheer kennis had of redelijkerwijze kennis kon hebben van de gebreken.
Bovendien dient de vordering tijdig ingesteld te worden, waarbij men de ‘redelijke’ termijn hanteert. Dit aldus in tegenstelling tot de termijn bij koop-verkoop, waar men een ‘korte’ termijn hanteert. De ‘redelijkheid’ houdt verband met de al dan niet aanvaarding van het gebrek door de bouwheer en de eventuele bewijsmoeilijkheden die kunnen rijzen wanneer men als bouwheer onredelijk lang wacht met het instellen van de vordering. Er dient eveneens nog de mogelijkheid te zijn om een oorzakelijk verband vast te stellen tussen de werken en de schade, dewelke op nuttige wijze moet kunnen onderzocht worden door een eventuele gerechtsdeskundige.
Pogingen om tot een minnelijke regeling te komen, kunnen de termijn evenwel stuiten.
ii) Waarborgtermijn
Niet alleen de proceduretermijn is van belang, ook de waarborgtermijn dient in acht genomen te worden.
Deze gemeenrechtelijke verjaringstermijn valt onder de bepalingen van artikel 2262 bis §1 oud Burgerlijk Wetboek en bedraagt dan ook tien jaar. De termijn begint te lopen de dag nadat de werken aanvaard werden, wat dus in principe samenvalt met de definitieve oplevering, tenzij anders bepaald.
12. Conventionele regeling
Daar bovenstaande wettelijke regeling niet van openbare orde is, kunnen partijen ervoor kiezen om hier conventioneel van af te wijken.
Zo kan een exoneratiebeding opgenomen worden in de overeenkomst die in een gehele of gedeeltelijke bevrijding van de contractpartij voorziet, zolang dit uiteraard niet strijdig is met de openbare orde of bepalingen van dwingend recht. Dit beding mag al evenmin de verbintenis volledig uithollen, noch kan men zich op het beding beroepen in geval van opzettelijke fout, bedrog of fraude.
Ook de termijn voor de duur van de aansprakelijkheid alsook het instellen van de aansprakelijkheidsvordering op grond van licht verborgen gebreken, kan conventioneel beperkt worden. Zo kan men bijvoorbeeld bepalen dat de termijn zal lopen gedurende de maanden tussen de voorlopige en definitieve oplevering, waarbij de verborgen gebreken gedekt zijn bij de definitieve oplevering.
Conclusie
Zoals steeds geldt het adagium ‘goede afspraken maken goede vrienden’. Wanneer er gekozen wordt voor een conventionele beperking van de aansprakelijkheidsduur en / of termijn waarbinnen vordering kan gesteld worden, dan voorkomt een duidelijke formulering van dergelijk beding dat hieromtrent op later tijdstip discussie ontstaat.
Heeft u nog vragen? Neem gerust contact op met ons kantoor voor een consultatie. Ockier & Partners Advocaten (Part of Moore Law) verleent deskundig juridisch advies op het gebied van aanbestedingsrecht, vastgoedrecht en ondernemingsrecht.

09/02/2026
NIET ELKE FOUT BIJFT TIEN JAAR AAN U PLAKKEN: voor bepaalde gebreken kunt u de aansprakelijkheidstermijn zelf beperken. Slim contracteren bespaart dan ook mogelijke kopzorgen.
Het is welbekend dat in het kader van de zwaar verborgen gebreken die de stabiliteit van het gebouw in gedrang brengen, de aannemer en / of architect aangesproken kan worden in het kader van de tienjarige aansprakelijkheidstermijn. Dit volgt uit de bepalingen van de artikelen 1792 en 2270 oud Burgerlijk Wetboek. Aangezien de wettelijke regeling hieromtrent van openbare orde is, kan noch de termijn zelf noch de draagwijdte ervan contractueel ingeperkt worden.
Wat dan met de licht verborgen gebreken? Deze vallen immers onder de gewone contractuele aansprakelijkheid die beheerst wordt door de gemeenrechtelijke verjaringstermijn.
De grondslag van deze aansprakelijkheid is het principe van de uitvoering te goeder trouw van verbintenissen en de beperkte werking van de goedkeuring van het werk. Het is immers niet zo dat een aanvaarding van de werken door de bouwheer automatisch als gevolg heeft dat men ook de verborgen gebreken aanvaardt. Waar men geen kennis van heeft, kan men immers niet goedkeuren, dit aldus in tegenstelling tot bij de zichtbare gebreken.
Daar het gaat om een foutaansprakelijkheid, zal het wel aan de bouwheer liggen om aan te tonen dat de aannemer en / of architect een fout begaan heeft. Het gebrek an sich kan materieel zijn, dan wel een uitvoeringsfout of een functioneel gebrek zijn.
1. Wettelijke regeling
1.1. Termijn voor de vordering
Ten einde na te gaan of de bouwheer op ontvankelijke wijze een aansprakelijkheidsvordering heeft ingesteld, dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de proceduretermijn en de waarborgtermijn.
De proceduretermijn betreft de termijn waarbinnen de vordering daadwerkelijk moet worden ingesteld nadat men het gebrek ontdekt heeft. De waarborgtermijn dan weer de termijn waarbinnen de aannemer en / of architect kunnen aangesproken worden voor de licht verborgen gebreken.
i) Proceduretermijn
Als algemene regel geldt dat de aansprakelijkheidsvordering op grond van de licht verborgen gebreken tijdig dient ingesteld te worden en dit vanaf ontdekking ervan. De rechter oordeelt op soevereine wijze op welk ogenblik de bouwheer kennis had of redelijkerwijze kennis kon hebben van de gebreken.
Bovendien dient de vordering tijdig ingesteld te worden, waarbij men de ‘redelijke’ termijn hanteert. Dit aldus in tegenstelling tot de termijn bij koop-verkoop, waar men een ‘korte’ termijn hanteert. De ‘redelijkheid’ houdt verband met de al dan niet aanvaarding van het gebrek door de bouwheer en de eventuele bewijsmoeilijkheden die kunnen rijzen wanneer men als bouwheer onredelijk lang wacht met het instellen van de vordering. Er dient eveneens nog de mogelijkheid te zijn om een oorzakelijk verband vast te stellen tussen de werken en de schade, dewelke op nuttige wijze moet kunnen onderzocht worden door een eventuele gerechtsdeskundige.
Pogingen om tot een minnelijke regeling te komen, kunnen de termijn evenwel stuiten.
ii) Waarborgtermijn
Niet alleen de proceduretermijn is van belang, ook de waarborgtermijn dient in acht genomen te worden.
Deze gemeenrechtelijke verjaringstermijn valt onder de bepalingen van artikel 2262 bis §1 oud Burgerlijk Wetboek en bedraagt dan ook tien jaar. De termijn begint te lopen de dag nadat de werken aanvaard werden, wat dus in principe samenvalt met de definitieve oplevering, tenzij anders bepaald.
12. Conventionele regeling
Daar bovenstaande wettelijke regeling niet van openbare orde is, kunnen partijen ervoor kiezen om hier conventioneel van af te wijken.
Zo kan een exoneratiebeding opgenomen worden in de overeenkomst die in een gehele of gedeeltelijke bevrijding van de contractpartij voorziet, zolang dit uiteraard niet strijdig is met de openbare orde of bepalingen van dwingend recht. Dit beding mag al evenmin de verbintenis volledig uithollen, noch kan men zich op het beding beroepen in geval van opzettelijke fout, bedrog of fraude.
Ook de termijn voor de duur van de aansprakelijkheid alsook het instellen van de aansprakelijkheidsvordering op grond van licht verborgen gebreken, kan conventioneel beperkt worden. Zo kan men bijvoorbeeld bepalen dat de termijn zal lopen gedurende de maanden tussen de voorlopige en definitieve oplevering, waarbij de verborgen gebreken gedekt zijn bij de definitieve oplevering.
Conclusie
Zoals steeds geldt het adagium ‘goede afspraken maken goede vrienden’. Wanneer er gekozen wordt voor een conventionele beperking van de aansprakelijkheidsduur en / of termijn waarbinnen vordering kan gesteld worden, dan voorkomt een duidelijke formulering van dergelijk beding dat hieromtrent op later tijdstip discussie ontstaat.
Heeft u nog vragen? Neem gerust contact op met ons kantoor voor een consultatie. Ockier & Partners Advocaten (Part of Moore Law) verleent deskundig juridisch advies op het gebied van aanbestedingsrecht, vastgoedrecht en ondernemingsrecht.

09/02/2026
NIET ELKE FOUT BIJFT TIEN JAAR AAN U PLAKKEN: voor bepaalde gebreken kunt u de aansprakelijkheidstermijn zelf beperken. Slim contracteren bespaart dan ook mogelijke kopzorgen.
Het is welbekend dat in het kader van de zwaar verborgen gebreken die de stabiliteit van het gebouw in gedrang brengen, de aannemer en / of architect aangesproken kan worden in het kader van de tienjarige aansprakelijkheidstermijn. Dit volgt uit de bepalingen van de artikelen 1792 en 2270 oud Burgerlijk Wetboek. Aangezien de wettelijke regeling hieromtrent van openbare orde is, kan noch de termijn zelf noch de draagwijdte ervan contractueel ingeperkt worden.
Wat dan met de licht verborgen gebreken? Deze vallen immers onder de gewone contractuele aansprakelijkheid die beheerst wordt door de gemeenrechtelijke verjaringstermijn.
De grondslag van deze aansprakelijkheid is het principe van de uitvoering te goeder trouw van verbintenissen en de beperkte werking van de goedkeuring van het werk. Het is immers niet zo dat een aanvaarding van de werken door de bouwheer automatisch als gevolg heeft dat men ook de verborgen gebreken aanvaardt. Waar men geen kennis van heeft, kan men immers niet goedkeuren, dit aldus in tegenstelling tot bij de zichtbare gebreken.
Daar het gaat om een foutaansprakelijkheid, zal het wel aan de bouwheer liggen om aan te tonen dat de aannemer en / of architect een fout begaan heeft. Het gebrek an sich kan materieel zijn, dan wel een uitvoeringsfout of een functioneel gebrek zijn.
1. Wettelijke regeling
1.1. Termijn voor de vordering
Ten einde na te gaan of de bouwheer op ontvankelijke wijze een aansprakelijkheidsvordering heeft ingesteld, dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de proceduretermijn en de waarborgtermijn.
De proceduretermijn betreft de termijn waarbinnen de vordering daadwerkelijk moet worden ingesteld nadat men het gebrek ontdekt heeft. De waarborgtermijn dan weer de termijn waarbinnen de aannemer en / of architect kunnen aangesproken worden voor de licht verborgen gebreken.
i) Proceduretermijn
Als algemene regel geldt dat de aansprakelijkheidsvordering op grond van de licht verborgen gebreken tijdig dient ingesteld te worden en dit vanaf ontdekking ervan. De rechter oordeelt op soevereine wijze op welk ogenblik de bouwheer kennis had of redelijkerwijze kennis kon hebben van de gebreken.
Bovendien dient de vordering tijdig ingesteld te worden, waarbij men de ‘redelijke’ termijn hanteert. Dit aldus in tegenstelling tot de termijn bij koop-verkoop, waar men een ‘korte’ termijn hanteert. De ‘redelijkheid’ houdt verband met de al dan niet aanvaarding van het gebrek door de bouwheer en de eventuele bewijsmoeilijkheden die kunnen rijzen wanneer men als bouwheer onredelijk lang wacht met het instellen van de vordering. Er dient eveneens nog de mogelijkheid te zijn om een oorzakelijk verband vast te stellen tussen de werken en de schade, dewelke op nuttige wijze moet kunnen onderzocht worden door een eventuele gerechtsdeskundige.
Pogingen om tot een minnelijke regeling te komen, kunnen de termijn evenwel stuiten.
ii) Waarborgtermijn
Niet alleen de proceduretermijn is van belang, ook de waarborgtermijn dient in acht genomen te worden.
Deze gemeenrechtelijke verjaringstermijn valt onder de bepalingen van artikel 2262 bis §1 oud Burgerlijk Wetboek en bedraagt dan ook tien jaar. De termijn begint te lopen de dag nadat de werken aanvaard werden, wat dus in principe samenvalt met de definitieve oplevering, tenzij anders bepaald.
12. Conventionele regeling
Daar bovenstaande wettelijke regeling niet van openbare orde is, kunnen partijen ervoor kiezen om hier conventioneel van af te wijken.
Zo kan een exoneratiebeding opgenomen worden in de overeenkomst die in een gehele of gedeeltelijke bevrijding van de contractpartij voorziet, zolang dit uiteraard niet strijdig is met de openbare orde of bepalingen van dwingend recht. Dit beding mag al evenmin de verbintenis volledig uithollen, noch kan men zich op het beding beroepen in geval van opzettelijke fout, bedrog of fraude.
Ook de termijn voor de duur van de aansprakelijkheid alsook het instellen van de aansprakelijkheidsvordering op grond van licht verborgen gebreken, kan conventioneel beperkt worden. Zo kan men bijvoorbeeld bepalen dat de termijn zal lopen gedurende de maanden tussen de voorlopige en definitieve oplevering, waarbij de verborgen gebreken gedekt zijn bij de definitieve oplevering.
Conclusie
Zoals steeds geldt het adagium ‘goede afspraken maken goede vrienden’. Wanneer er gekozen wordt voor een conventionele beperking van de aansprakelijkheidsduur en / of termijn waarbinnen vordering kan gesteld worden, dan voorkomt een duidelijke formulering van dergelijk beding dat hieromtrent op later tijdstip discussie ontstaat.
Heeft u nog vragen? Neem gerust contact op met ons kantoor voor een consultatie. Ockier & Partners Advocaten (Part of Moore Law) verleent deskundig juridisch advies op het gebied van aanbestedingsrecht, vastgoedrecht en ondernemingsrecht.
Ockier Advocaten | Beneluxpark 24, 8500 Kortrijk | T 056 25 60 60 | info_ockier@moore.be 
BTW BE0452 031 480 | Bank: BE97 4665 5551 3149 | Derden: BE58 4665 5551 6179
© 2026 Ockier Advocaten | Algemene voorwaarden | Privacybeleid | Witwasregelgeving | design: adfun.be
Ockier Advocaten | Beneluxpark 24, 8500 Kortrijk | T 056 25 60 60 | info_ockier@moore.be 
BTW BE0452 031 480 | Bank: BE97 4665 5551 3149 | Derden: BE58 4665 5551 6179
© 2026 Ockier Advocaten | Algemene voorwaarden | Witwasregelgeving | design: adfun.be