News & events

28/05/2019

Regelgeving verkavelingen terug naar af

Bij arrest van 23.05.2019 heeft het Grondwettelijk Hof de laatste regelgeving inzake de vergunningsplicht voor het verkavelen van gronden, die was ingevoerd via de zogenaamde “Codextrein”, vernietigd.

 

De Codextrein voorzag dat een voorafgaande omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden slechts vereist was indien men een perceel grond zou opsplitsen in twee of meer onbebouwde loten met als doelstelling deze op de markt aan te bieden met het oog op woningbouw. Voorheen was deze vergunning vereist van zodra de opsplitsing resulteerde in minstens één onbebouwd perceel.

 

Het Hof acht de nieuwe regelgeving ongrondwettelijk aangezien deze de mogelijkheid creëerde om nieuwe verkavelingen te creëren met een onbeperkt aantal loten, door stelselmatig één onbebouwd lot af te splitsen nadat een nieuwe woning werd opgericht.

 

De voormelde mogelijkheid om stelselmatig zonder voorafgaande omgevingsvergunning loten af te splitsen, leidt ertoe dat de omwonenden van een dergelijk perceel in hun rechten worden geschaad. De omgevingsvergunning voor het verkavelen van loten, die niet meer zou zijn vereist, bevat immers een sterke toets aan de goede ruimtelijke ordening op basis van het uiteindelijke totaalproject. Deze beoordeling was teloor gegaan door de nieuwe regelgeving:

 

De bestreden bepaling heeft tot gevolg dat een «omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden» niet langer verplicht is voor de opsplitsing van een perceel in één bebouwde en één onbebouwde kavel. Hierdoor wordt het mogelijk om, zonder beperking qua omvang van de percelen of het aantal ervan, de vergunningsplicht en al de daaruit volgende waarborgen voor het leefmilieu en de goede ruimtelijke ordening, te vermijden door wat in werkelijkheid een grote verkaveling is, op kunstmatige wijze te faseren.

 

Bijgevolg worden de omwonenden van dergelijke percelen geconfronteerd met een aanzienlijke achteruitgang van het door de vroegere wetgeving geboden beschermingsniveau, die niet kan worden verantwoord door de aan de bestreden bepaling ten grondslag liggende doelstelling van administratieve vereenvoudiging, […]

 

Het Hof heeft niet bepaald dat de gevolgen van de vernietigde regelgeving worden behouden voor het verleden of een deel van de toekomst. Dit houdt dus in dat reeds doorgevoerde afsplitsingen van een onbebouwd lot, op basis van de Codextrein, mogelijks als onwettig kunnen worden beschouwd.

 

Iedere afsplitsing van een onbebouwd lot van een groter perceel zal bovendien opnieuw aan de voorafgaande omgevingsvergunningsplicht voor het verkavelen van gronden worden onderworpen.

 

Auteur

Michaël De Mol

News & events

28/05/2019

Regelgeving verkavelingen terug naar af

Bij arrest van 23.05.2019 heeft het Grondwettelijk Hof de laatste regelgeving inzake de vergunningsplicht voor het verkavelen van gronden, die was ingevoerd via de zogenaamde “Codextrein”, vernietigd.

 

De Codextrein voorzag dat een voorafgaande omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden slechts vereist was indien men een perceel grond zou opsplitsen in twee of meer onbebouwde loten met als doelstelling deze op de markt aan te bieden met het oog op woningbouw. Voorheen was deze vergunning vereist van zodra de opsplitsing resulteerde in minstens één onbebouwd perceel.

 

Het Hof acht de nieuwe regelgeving ongrondwettelijk aangezien deze de mogelijkheid creëerde om nieuwe verkavelingen te creëren met een onbeperkt aantal loten, door stelselmatig één onbebouwd lot af te splitsen nadat een nieuwe woning werd opgericht.

 

De voormelde mogelijkheid om stelselmatig zonder voorafgaande omgevingsvergunning loten af te splitsen, leidt ertoe dat de omwonenden van een dergelijk perceel in hun rechten worden geschaad. De omgevingsvergunning voor het verkavelen van loten, die niet meer zou zijn vereist, bevat immers een sterke toets aan de goede ruimtelijke ordening op basis van het uiteindelijke totaalproject. Deze beoordeling was teloor gegaan door de nieuwe regelgeving:

 

De bestreden bepaling heeft tot gevolg dat een «omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden» niet langer verplicht is voor de opsplitsing van een perceel in één bebouwde en één onbebouwde kavel. Hierdoor wordt het mogelijk om, zonder beperking qua omvang van de percelen of het aantal ervan, de vergunningsplicht en al de daaruit volgende waarborgen voor het leefmilieu en de goede ruimtelijke ordening, te vermijden door wat in werkelijkheid een grote verkaveling is, op kunstmatige wijze te faseren.

 

Bijgevolg worden de omwonenden van dergelijke percelen geconfronteerd met een aanzienlijke achteruitgang van het door de vroegere wetgeving geboden beschermingsniveau, die niet kan worden verantwoord door de aan de bestreden bepaling ten grondslag liggende doelstelling van administratieve vereenvoudiging, […]

 

Het Hof heeft niet bepaald dat de gevolgen van de vernietigde regelgeving worden behouden voor het verleden of een deel van de toekomst. Dit houdt dus in dat reeds doorgevoerde afsplitsingen van een onbebouwd lot, op basis van de Codextrein, mogelijks als onwettig kunnen worden beschouwd.

 

Iedere afsplitsing van een onbebouwd lot van een groter perceel zal bovendien opnieuw aan de voorafgaande omgevingsvergunningsplicht voor het verkavelen van gronden worden onderworpen.

 

Auteur

Michaël De Mol

News & events

28/05/2019

Regelgeving verkavelingen terug naar af

Bij arrest van 23.05.2019 heeft het Grondwettelijk Hof de laatste regelgeving inzake de vergunningsplicht voor het verkavelen van gronden, die was ingevoerd via de zogenaamde “Codextrein”, vernietigd.

 

De Codextrein voorzag dat een voorafgaande omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden slechts vereist was indien men een perceel grond zou opsplitsen in twee of meer onbebouwde loten met als doelstelling deze op de markt aan te bieden met het oog op woningbouw. Voorheen was deze vergunning vereist van zodra de opsplitsing resulteerde in minstens één onbebouwd perceel.

 

Het Hof acht de nieuwe regelgeving ongrondwettelijk aangezien deze de mogelijkheid creëerde om nieuwe verkavelingen te creëren met een onbeperkt aantal loten, door stelselmatig één onbebouwd lot af te splitsen nadat een nieuwe woning werd opgericht.

 

De voormelde mogelijkheid om stelselmatig zonder voorafgaande omgevingsvergunning loten af te splitsen, leidt ertoe dat de omwonenden van een dergelijk perceel in hun rechten worden geschaad. De omgevingsvergunning voor het verkavelen van loten, die niet meer zou zijn vereist, bevat immers een sterke toets aan de goede ruimtelijke ordening op basis van het uiteindelijke totaalproject. Deze beoordeling was teloor gegaan door de nieuwe regelgeving:

 

De bestreden bepaling heeft tot gevolg dat een «omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden» niet langer verplicht is voor de opsplitsing van een perceel in één bebouwde en één onbebouwde kavel. Hierdoor wordt het mogelijk om, zonder beperking qua omvang van de percelen of het aantal ervan, de vergunningsplicht en al de daaruit volgende waarborgen voor het leefmilieu en de goede ruimtelijke ordening, te vermijden door wat in werkelijkheid een grote verkaveling is, op kunstmatige wijze te faseren.

 

Bijgevolg worden de omwonenden van dergelijke percelen geconfronteerd met een aanzienlijke achteruitgang van het door de vroegere wetgeving geboden beschermingsniveau, die niet kan worden verantwoord door de aan de bestreden bepaling ten grondslag liggende doelstelling van administratieve vereenvoudiging, […]

 

Het Hof heeft niet bepaald dat de gevolgen van de vernietigde regelgeving worden behouden voor het verleden of een deel van de toekomst. Dit houdt dus in dat reeds doorgevoerde afsplitsingen van een onbebouwd lot, op basis van de Codextrein, mogelijks als onwettig kunnen worden beschouwd.

 

Iedere afsplitsing van een onbebouwd lot van een groter perceel zal bovendien opnieuw aan de voorafgaande omgevingsvergunningsplicht voor het verkavelen van gronden worden onderworpen.