News & events

01/06/2015

Van registratierechten naar registratiebelastingen; de nieuwe bevoegdheid van VLABEL

De federale overheid was oorspronkelijk bevoegd voor het innen van registratie – en successierechten. Sedert 1 januari 2015 is het Vlaamse Gewest (VLABEL) bevoegd voor de inning van de registratiebelastingen en erfbelasting, sedert 2002 waren de belastbare grondslag, het tarief en de vrijstellingen al overgeheveld naar de gewesten. Voor het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest blijft de inning gebeuren op federaal vlak. Hieronder wordt een korte samenvatting gegeven van enkele nieuwigheden.

 

1. Begrippen
Vanaf 01.01.2015 is de Vlaamse Belastingdienst bevoegd voor het innen van registratiebelastingen. Hieronder moet worden verstaan :

 

  • Schenkbelasting: het registratierecht op de schenkingen onder levenden van (on)roerende goederen;
  • Verkooprechten: het registratierecht op de overdrachten onder bezwarende titel van eigendom of vruchtgebruik van onroerende goederen in het Vlaamse Gewest;
  • Het verdeelrecht: het registratierecht op geheel of gedeeltelijke verdelingen van onroerende goederen in het Vlaamse Gewest;
  • Het recht op hypotheekvestiging: het registratierecht op de vestiging van een hypotheek op onroerende goederen in het Vlaamse Gewest.

2. Nieuwigheden
De bevoegdheidsoverdracht heeft ertoe geleid dat de regelgeving van de belastingen geïntegreerd werd in de nieuwe Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF). De bestaande materiële regels blijven grotendeels ongewijzigd. Dit betekent dat op vlak van het tarief en de verminderingen/vrijstellingen de regels onveranderd blijven. Op procedureel vlak doen een aantal wijzigingen hun intrede.


2.1. Verkooprechten
Bij de verkoop van een onroerend goed in het Vlaamse Gewest zal voortaan een aanslagbiljet worden opgesteld. Indien de belastingplichtige het oneens is met het bedrag dat betaald moet worden, kan een administratieve bezwaarprocedure opgestart worden.


De beroepsverkopers, actief op het terrein van het vastgoed, kunnen nog altijd genieten van het verlaagd tarief van 4% voor de aankoop van onroerende goederen in het Vlaamse Gewest. De voorwaarden voor dit gunstig regime blijven onveranderd.

 

De beroepsverkopers moet wel een nieuwe verklaring afleggen bij de Vlaamse Belastingdienst. De beroepsverkoper moet daarenboven een nieuwe zekerheid stellen, de waarborgen gesteld onder de federale regelgeving zullen niet worden overgedragen.


De bestaande borg blijft bestaan voor de aankopen verricht voor 01 januari 2015 en voor de aankopen die in het Waalse of Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden verricht na 01 januari 2015. Deze lacune in de wetgeving, valt te betreuren, gezien dit een bijkomende financiële last voor de beroepsverkoper betekent.


Binnen de vijf jaar na het indienen van de beroepsverklaring moet de beroepsverkoper het bewijs leveren van ‘een reeks’ wederverkopen. In de VCF wordt bepaald dat ‘een reeks’ gelijk is aan drie wederverkopen. De verkopen die gerealiseerd zijn voor 01 januari 2015 tellen niet mee. De verkopen gerealiseerd in het Waalse en Brussels Hoofdstedelijk Gewest tellen wel mee.
De sanctie voor de beroepsverkopers werd eveneens gewijzigd in de VCF. Als het onroerend goed niet tijdig verkocht kan worden of als er binnen de vijf jaar geen bewijs van drie wederverkopen kunnen worden voorgelegd, moet 6% aanvullende belasting betaald worden, samen met een belastingverhoging van 20%.


2.2. Verdeelrechten
De belangrijkste wijziging bij de verdeelrechten, bestaan erin dat voor een verdeling tussen echtgenoten bij een echtscheiding (echtscheiding met onderlinge toestemming én echtscheiding onherstelbare ontwrichting) of tussen wettelijke samenwoners bij een relatiebreuk het tarief 1% bedraagt. Deze zogenaamde ‘miserietaks’ was voorheen 2,5%.


Let op, de federale overheid blijft nog altijd bevoegd voor de inning van de registratierechten op huurovereenkomsten, contracten van erfpacht of opstal.
Voor concrete vragen, staan wij uiteraard te uwer beschikking.

Auteur

Ludo Ockier

News & events

01/06/2015

Van registratierechten naar registratiebelastingen; de nieuwe bevoegdheid van VLABEL

De federale overheid was oorspronkelijk bevoegd voor het innen van registratie – en successierechten. Sedert 1 januari 2015 is het Vlaamse Gewest (VLABEL) bevoegd voor de inning van de registratiebelastingen en erfbelasting, sedert 2002 waren de belastbare grondslag, het tarief en de vrijstellingen al overgeheveld naar de gewesten. Voor het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest blijft de inning gebeuren op federaal vlak. Hieronder wordt een korte samenvatting gegeven van enkele nieuwigheden.

 

1. Begrippen
Vanaf 01.01.2015 is de Vlaamse Belastingdienst bevoegd voor het innen van registratiebelastingen. Hieronder moet worden verstaan :

 

  • Schenkbelasting: het registratierecht op de schenkingen onder levenden van (on)roerende goederen;
  • Verkooprechten: het registratierecht op de overdrachten onder bezwarende titel van eigendom of vruchtgebruik van onroerende goederen in het Vlaamse Gewest;
  • Het verdeelrecht: het registratierecht op geheel of gedeeltelijke verdelingen van onroerende goederen in het Vlaamse Gewest;
  • Het recht op hypotheekvestiging: het registratierecht op de vestiging van een hypotheek op onroerende goederen in het Vlaamse Gewest.

2. Nieuwigheden
De bevoegdheidsoverdracht heeft ertoe geleid dat de regelgeving van de belastingen geïntegreerd werd in de nieuwe Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF). De bestaande materiële regels blijven grotendeels ongewijzigd. Dit betekent dat op vlak van het tarief en de verminderingen/vrijstellingen de regels onveranderd blijven. Op procedureel vlak doen een aantal wijzigingen hun intrede.


2.1. Verkooprechten
Bij de verkoop van een onroerend goed in het Vlaamse Gewest zal voortaan een aanslagbiljet worden opgesteld. Indien de belastingplichtige het oneens is met het bedrag dat betaald moet worden, kan een administratieve bezwaarprocedure opgestart worden.


De beroepsverkopers, actief op het terrein van het vastgoed, kunnen nog altijd genieten van het verlaagd tarief van 4% voor de aankoop van onroerende goederen in het Vlaamse Gewest. De voorwaarden voor dit gunstig regime blijven onveranderd.

 

De beroepsverkopers moet wel een nieuwe verklaring afleggen bij de Vlaamse Belastingdienst. De beroepsverkoper moet daarenboven een nieuwe zekerheid stellen, de waarborgen gesteld onder de federale regelgeving zullen niet worden overgedragen.


De bestaande borg blijft bestaan voor de aankopen verricht voor 01 januari 2015 en voor de aankopen die in het Waalse of Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden verricht na 01 januari 2015. Deze lacune in de wetgeving, valt te betreuren, gezien dit een bijkomende financiële last voor de beroepsverkoper betekent.


Binnen de vijf jaar na het indienen van de beroepsverklaring moet de beroepsverkoper het bewijs leveren van ‘een reeks’ wederverkopen. In de VCF wordt bepaald dat ‘een reeks’ gelijk is aan drie wederverkopen. De verkopen die gerealiseerd zijn voor 01 januari 2015 tellen niet mee. De verkopen gerealiseerd in het Waalse en Brussels Hoofdstedelijk Gewest tellen wel mee.
De sanctie voor de beroepsverkopers werd eveneens gewijzigd in de VCF. Als het onroerend goed niet tijdig verkocht kan worden of als er binnen de vijf jaar geen bewijs van drie wederverkopen kunnen worden voorgelegd, moet 6% aanvullende belasting betaald worden, samen met een belastingverhoging van 20%.


2.2. Verdeelrechten
De belangrijkste wijziging bij de verdeelrechten, bestaan erin dat voor een verdeling tussen echtgenoten bij een echtscheiding (echtscheiding met onderlinge toestemming én echtscheiding onherstelbare ontwrichting) of tussen wettelijke samenwoners bij een relatiebreuk het tarief 1% bedraagt. Deze zogenaamde ‘miserietaks’ was voorheen 2,5%.


Let op, de federale overheid blijft nog altijd bevoegd voor de inning van de registratierechten op huurovereenkomsten, contracten van erfpacht of opstal.
Voor concrete vragen, staan wij uiteraard te uwer beschikking.

Auteur

Ludo Ockier

News & events

01/06/2015

Van registratierechten naar registratiebelastingen; de nieuwe bevoegdheid van VLABEL

De federale overheid was oorspronkelijk bevoegd voor het innen van registratie – en successierechten. Sedert 1 januari 2015 is het Vlaamse Gewest (VLABEL) bevoegd voor de inning van de registratiebelastingen en erfbelasting, sedert 2002 waren de belastbare grondslag, het tarief en de vrijstellingen al overgeheveld naar de gewesten. Voor het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest blijft de inning gebeuren op federaal vlak. Hieronder wordt een korte samenvatting gegeven van enkele nieuwigheden.

 

1. Begrippen
Vanaf 01.01.2015 is de Vlaamse Belastingdienst bevoegd voor het innen van registratiebelastingen. Hieronder moet worden verstaan :

 

  • Schenkbelasting: het registratierecht op de schenkingen onder levenden van (on)roerende goederen;
  • Verkooprechten: het registratierecht op de overdrachten onder bezwarende titel van eigendom of vruchtgebruik van onroerende goederen in het Vlaamse Gewest;
  • Het verdeelrecht: het registratierecht op geheel of gedeeltelijke verdelingen van onroerende goederen in het Vlaamse Gewest;
  • Het recht op hypotheekvestiging: het registratierecht op de vestiging van een hypotheek op onroerende goederen in het Vlaamse Gewest.

2. Nieuwigheden
De bevoegdheidsoverdracht heeft ertoe geleid dat de regelgeving van de belastingen geïntegreerd werd in de nieuwe Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF). De bestaande materiële regels blijven grotendeels ongewijzigd. Dit betekent dat op vlak van het tarief en de verminderingen/vrijstellingen de regels onveranderd blijven. Op procedureel vlak doen een aantal wijzigingen hun intrede.


2.1. Verkooprechten
Bij de verkoop van een onroerend goed in het Vlaamse Gewest zal voortaan een aanslagbiljet worden opgesteld. Indien de belastingplichtige het oneens is met het bedrag dat betaald moet worden, kan een administratieve bezwaarprocedure opgestart worden.


De beroepsverkopers, actief op het terrein van het vastgoed, kunnen nog altijd genieten van het verlaagd tarief van 4% voor de aankoop van onroerende goederen in het Vlaamse Gewest. De voorwaarden voor dit gunstig regime blijven onveranderd.

 

De beroepsverkopers moet wel een nieuwe verklaring afleggen bij de Vlaamse Belastingdienst. De beroepsverkoper moet daarenboven een nieuwe zekerheid stellen, de waarborgen gesteld onder de federale regelgeving zullen niet worden overgedragen.


De bestaande borg blijft bestaan voor de aankopen verricht voor 01 januari 2015 en voor de aankopen die in het Waalse of Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden verricht na 01 januari 2015. Deze lacune in de wetgeving, valt te betreuren, gezien dit een bijkomende financiële last voor de beroepsverkoper betekent.


Binnen de vijf jaar na het indienen van de beroepsverklaring moet de beroepsverkoper het bewijs leveren van ‘een reeks’ wederverkopen. In de VCF wordt bepaald dat ‘een reeks’ gelijk is aan drie wederverkopen. De verkopen die gerealiseerd zijn voor 01 januari 2015 tellen niet mee. De verkopen gerealiseerd in het Waalse en Brussels Hoofdstedelijk Gewest tellen wel mee.
De sanctie voor de beroepsverkopers werd eveneens gewijzigd in de VCF. Als het onroerend goed niet tijdig verkocht kan worden of als er binnen de vijf jaar geen bewijs van drie wederverkopen kunnen worden voorgelegd, moet 6% aanvullende belasting betaald worden, samen met een belastingverhoging van 20%.


2.2. Verdeelrechten
De belangrijkste wijziging bij de verdeelrechten, bestaan erin dat voor een verdeling tussen echtgenoten bij een echtscheiding (echtscheiding met onderlinge toestemming én echtscheiding onherstelbare ontwrichting) of tussen wettelijke samenwoners bij een relatiebreuk het tarief 1% bedraagt. Deze zogenaamde ‘miserietaks’ was voorheen 2,5%.


Let op, de federale overheid blijft nog altijd bevoegd voor de inning van de registratierechten op huurovereenkomsten, contracten van erfpacht of opstal.
Voor concrete vragen, staan wij uiteraard te uwer beschikking.