News & events

01/06/2018

Het nieuwe erfrecht: tegemoetkoming aan de maatschappelijke realiteit?

Op 1 september 2018 treedt de wet van 31 juli 2017 tot hervorming van het erfrecht (B.S. 1 september 2017) definitief in werking. Een hervorming van het actuele erfrecht drong zich op als gevolg van de maatschappelijke realiteit met onder meer nieuw samengestelde gezinnen, stiefkinderen, plusmama’s,… De belangrijkste wijzigingen lees je in wat volgt.

 

 

  1. Het beschikbaar deel is nu steeds de helft van de fictieve massa

De fictieve massa is de waarde van de totale nalatenschap van de overleden persoon op het ogenblik van overlijden, meer de schenkingen die gebeurd zijn tijdens het leven van de erflater, min de schulden. De fictieve massa splitst men op in enerzijds de reserve, zijnde het deel dat steeds voorbehouden is voor de reservataire erfgenamen, en anderzijds het beschikbaar deel, zijnde het deel waarover de erflater vrij kan beschikken, en dus niet voorbehouden is voor de reservataire erfgenamen.

 

In het actuele erfrecht varieert het beschikbaar deel naargelang het aantal erfgenamen:

 

Aantal kinderen van

de erflater

Reservatair deel

Beschikbaar deel

De erflater heeft 1 kind

1/2 reservatair deel

1/2 beschikbaar deel

De erflater heeft 2 kinderen

1/3 reservatair deel per kind

1/3 beschikbaar deel

De erflater heeft 3 kinderen of meer

1/4 reservatair deel per kind

1/4 beschikbaar deel

In het nieuwe erfrecht is het reservatair deel van de kinderen 1/2 (maar te verdelen over het aantal kinderen), en is het beschikbaar deel steeds 1/2:

 

Aantal kinderen van

de erflater

Reservatair deel

Beschikbaar deel

De erflater heeft 1 kind

1/2 reservatair deel

1/2 beschikbaar deel

De erflater heeft 2 kinderen

1/4 reservatair deel per kind

1/2 beschikbaar deel

De erflater heeft 3 kinderen of meer

1/6 reservatair deel per kind

1/2 beschikbaar deel

In het geval de erflater 2 of meer kinderen heeft, betekent dit dat hun reservatair erfdeel kleiner kan zijn dan in vergelijking met het actuele erfrecht (in de hypothese dat de erflater het beschikbaar deel niet laat toekomen aan de reservataire erfgenamen).

 

  1. Het reservatair erfdeel van de langstlevende echtgenoot (LLE)

In het actuele erfrecht erft de langstlevende echtgenoot het vruchtgebruik op de goederen van de nalatenschap van de erflater, maar ook op die goederen die vóór het huwelijk door de erflater werden geschonken, dit overeenkomstig artikel 745bis B.W.

 

In het nieuwe erfrecht kan de langstlevende echtgenoot geen vruchtgebruik meer laten gelden op de goederen die geschonken werden vóór het huwelijk van de erflater.

 

Ook wat betreft het beschikbaar deel, heeft de wetgever een wijziging doorgevoerd waarbij het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot zich niet meer uitstrekt over het beschikbaar deel en het reservatair deel van het kind of de kinderen, doch dit in principe nu enkel wordt toegerekend op het beschikbaar deel. Op die manier heeft de wetgever het reservatair erfdeel van het kind of de kinderen zoveel als mogelijk onbelast naar voren willen schuiven.

 

  1. Het reservatair erfdeel van de ouders

In het geval de erflater geen kinderen heeft (zonder nakomelingschap gestorven is), en zijn beide ouders samen met zijn broers en/of zussen nog in leven zijn, dan verkrijgen beide ouders elk 1/4 reservatair deel (samen dus de helft), en wordt de andere helft verdeeld over de levende broers en/of zussen. Voor zover de erflater zonder kinderen nog slechts 1 overlevende ouder heeft, samen met broers en/of zussen, dan verkrijgt de overlevende ouder 1/4 reservatair deel, en wordt de resterende 3/4 verdeeld over de broers en/of zussen.

 

In het nieuwe erfrecht zal het reservatair deel van de ouders (elk 1/4) bij een erflater zonder nakomelingschap kunnen afgeschaft worden. Het uitgangspunt is en blijft dat de overlevende ouder een deel van de nalatenschap kan erven, doch de erflater heeft de mogelijkheid om de ouder(s) dit deel te ontnemen, lees, in feite de overlevende ouder(s) te onterven.

 

De wetgever heeft een correctiemechanisme ingevoerd doordat in het nieuwe artikel 205bis B.W. gestipuleerd wordt dat in het geval de ouder(s) behoeftig is (zijn), zij aanspraak kunnen maken op een onderhoudsvordering lastens de overlevende broers/zussen. De onderhoudsvordering betreft maximaal hetzelfde breukdeel als hen toekomt in het actuele erfrecht, zijnde 1/4 per overlevende ouder.

 

  1. De globale of punctuele erfovereenkomsten

Actueel is iedere overeenkomst omtrent een toekomstige nalatenschap nietig. Erfovereenkomsten zijn aldus verboden.

 

In het nieuwe erfrecht zal het mogelijk zijn om een globale erfovereenkomst, dan wel een punctuele erfovereenkomst te maken, doch onder strikte voorwaarden.

 

In het geval een globale erfovereenkomst wordt opgemaakt, zit de erflater aan de tafel met al zijn/haar vermoedelijke erfgenamen in rechte lijn (lees: kinderen, kleinkinderen,…), en wordt een overeenkomst opgesteld waarbij concrete afspraken gemaakt worden over de nog open te vallen nalatenschap. Zo kunnen afspraken gemaakt worden omtrent in het verleden gebeurde schenkingen, kan de waarde van de geschonken goederen vastgeklikt worden, en kan men bijvoorbeeld een stiefkind bevoordelen.

 

Een generatiesprong wordt eveneens mogelijk waarbij de erflater reeds een afspraak maakt om bepaalde goederen toe te bedelen aan het kleinkind, doch deze toegerekend worden op het erfdeel van het kind.

 

Het is vaststaand dat deze overeenkomst een grote impact heeft op de open te vallen nalatenschap, en het al dan niet uitoefenen van de rechten van de erfgenamen. De wetgever heeft daarom een aantal garantiemechanismes ingebouwd door onder meer in de verplichte tussenkomst van een notaris te voorzien om de erfovereenkomst te kunnen sluiten. Zo wordt er eveneens een verplichte wachttermijn van één maand voorgeschreven tussen het ontwerp van de erfovereenkomst en de ondertekening ervan, en dient de notaris partijen op aparte tijdstippen erop te wijzen dat zij het recht hebben om een eigen raadsman te kiezen, dan wel op een individueel onderhoud met de notaris teneinde hen afdoende in te lichten.

 

Wellicht zal een akkoord met alle erfgenamen in een globale erfovereenkomst vaak moeilijk te bereiken zijn, zodat men in het nieuwe erfrecht ook een punctuele erfovereenkomst kan sluiten. In een punctuele erfovereenkomst worden specifieke afspraken en beslissingen gemaakt over specifieke aspecten van een schenking of erfenis. In de praktijk is het veel voorkomend dat de waarde van een schenking leidt tot hoogoplopende discussies (denk maar aan de waarde van de geschonken aandelen van een familiebedrijf), zodat men in een punctuele erfovereenkomst de waarde van een schenking bijvoorbeeld reeds kan vastklikken met de andere erfgenamen. In een punctuele erfovereenkomst wordt het ook mogelijk dat een erfgenaam bijvoorbeeld verzaakt aan zijn vordering tot inkorting met betrekking tot een bepaalde verkregen schenking.

 

Dezelfde garantiemechanismes van de globale erfovereenkomst zijn ook van toepassing bij de punctuele erfovereenkomst.

 

  1. De waardering van de schenkingen en de inbreng

In de oefening om de fictieve massa samen te stellen, en de aangaande plicht tot inbreng met al dan niet inkorting, wordt de waarde van een schenking van roerende goederen actueel gewaardeerd op het moment van de schenking, en wordt de waarde van geschonken onroerende goederen gewaardeerd op het moment van overlijden.

 

In de praktijk betekent dit dat in het geval geschonken onroerende goederen een serieuze waardevermeerdering kenden, de begunstigde van de schenking gedwongen is om deze hogere waarde in te brengen en aldus het risico loopt om het reservatair deel van de andere erfgenamen aan te tasten.

 

In het nieuwe erfrecht wordt de waarde van zowel geschonken roerende als geschonken onroerende goederen steeds bepaald op het moment van de schenking, doch mits indexatie (de index van de consumptieprijzen wordt hierbij gebruikt). Een uitzondering is het geval waarbij de schenking van de roerende, dan wel onroerende goederen, gebeurd is met voorbehoud van vruchtgebruik waarbij dan de waarde van de schenking op datum van overlijden van de schenker, dan wel op datum van de afstand van het vruchtgebruik, bepaald wordt.

Hiermee gepaard gaande, gebeurt de inbrengverplichting in het nieuwe erfrecht niet meer in natura zoals dit actueel in principe het geval is, doch in waarde. De inbrengplichtige dient aldus de inbreng financieel te compenseren, doch heeft nog steeds de keuze om toch te kiezen voor een inbreng in natura.

 

  1. Inwerkingtreding van het nieuwe erfrecht

Het nieuwe erfrecht treedt in werking op 1 september 2018. De wetgever heeft in een overgangsmaatregel voorzien wat betreft schenkingen die gebeurd zijn vóór deze datum.

 

Ofwel opteert men ervoor om de oude erfrechtregels te blijven handhaven op de schenkingen die gebeurd zijn vóór 1 september 2018, doch op voorwaarde dat dit notarieel is vastgelegd in een verklaring van behoud, en met dien verstande dat deze oude erfrechtregels dan ook gelden voor alle schenkingen die gebeurd zijn vóór deze datum.

 

Ofwel kiest men ervoor dat de schenkingen onder de nieuwe erfrechtregels vallen, hetgeen automatisch geldt in het geval er geen keuze gemaakt wordt.

 

De voorzienige erflater zal dus alert zijn, en de impact dienen na te gaan wat de gevolgen zijn van de keuze voor de ene dan wel de andere erfrechtregels op de schenkingen vóór 1 september 2018.

 

De nieuwe wet is in elk geval van toepassing op nalatenschappen die openvallen vanaf 1 september 2018.

 

Besluit

 

Het nieuwe erfrecht voert een grondige modernisering van het erfrecht door. Critici betreuren echter dat er geen harmonisering gebeurd is met het nieuwe huwelijksvermogensrecht dat op til staat. Feit is dat het nieuwe erfrecht inspeelt op de nieuwe maatschappelijke realiteit, en dit in elk geval een grotere beschikkingsvrijheid overlaat aan de erflater, hetgeen alleen maar te waarderen is.

Auteur

Laurent Pockelé

News & events

01/06/2018

Het nieuwe erfrecht: tegemoetkoming aan de maatschappelijke realiteit?

Op 1 september 2018 treedt de wet van 31 juli 2017 tot hervorming van het erfrecht (B.S. 1 september 2017) definitief in werking. Een hervorming van het actuele erfrecht drong zich op als gevolg van de maatschappelijke realiteit met onder meer nieuw samengestelde gezinnen, stiefkinderen, plusmama’s,… De belangrijkste wijzigingen lees je in wat volgt.

 

 

  1. Het beschikbaar deel is nu steeds de helft van de fictieve massa

De fictieve massa is de waarde van de totale nalatenschap van de overleden persoon op het ogenblik van overlijden, meer de schenkingen die gebeurd zijn tijdens het leven van de erflater, min de schulden. De fictieve massa splitst men op in enerzijds de reserve, zijnde het deel dat steeds voorbehouden is voor de reservataire erfgenamen, en anderzijds het beschikbaar deel, zijnde het deel waarover de erflater vrij kan beschikken, en dus niet voorbehouden is voor de reservataire erfgenamen.

 

In het actuele erfrecht varieert het beschikbaar deel naargelang het aantal erfgenamen:

 

Aantal kinderen van

de erflater

Reservatair deel

Beschikbaar deel

De erflater heeft 1 kind

1/2 reservatair deel

1/2 beschikbaar deel

De erflater heeft 2 kinderen

1/3 reservatair deel per kind

1/3 beschikbaar deel

De erflater heeft 3 kinderen of meer

1/4 reservatair deel per kind

1/4 beschikbaar deel

In het nieuwe erfrecht is het reservatair deel van de kinderen 1/2 (maar te verdelen over het aantal kinderen), en is het beschikbaar deel steeds 1/2:

 

Aantal kinderen van

de erflater

Reservatair deel

Beschikbaar deel

De erflater heeft 1 kind

1/2 reservatair deel

1/2 beschikbaar deel

De erflater heeft 2 kinderen

1/4 reservatair deel per kind

1/2 beschikbaar deel

De erflater heeft 3 kinderen of meer

1/6 reservatair deel per kind

1/2 beschikbaar deel

In het geval de erflater 2 of meer kinderen heeft, betekent dit dat hun reservatair erfdeel kleiner kan zijn dan in vergelijking met het actuele erfrecht (in de hypothese dat de erflater het beschikbaar deel niet laat toekomen aan de reservataire erfgenamen).

 

  1. Het reservatair erfdeel van de langstlevende echtgenoot (LLE)

In het actuele erfrecht erft de langstlevende echtgenoot het vruchtgebruik op de goederen van de nalatenschap van de erflater, maar ook op die goederen die vóór het huwelijk door de erflater werden geschonken, dit overeenkomstig artikel 745bis B.W.

 

In het nieuwe erfrecht kan de langstlevende echtgenoot geen vruchtgebruik meer laten gelden op de goederen die geschonken werden vóór het huwelijk van de erflater.

 

Ook wat betreft het beschikbaar deel, heeft de wetgever een wijziging doorgevoerd waarbij het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot zich niet meer uitstrekt over het beschikbaar deel en het reservatair deel van het kind of de kinderen, doch dit in principe nu enkel wordt toegerekend op het beschikbaar deel. Op die manier heeft de wetgever het reservatair erfdeel van het kind of de kinderen zoveel als mogelijk onbelast naar voren willen schuiven.

 

  1. Het reservatair erfdeel van de ouders

In het geval de erflater geen kinderen heeft (zonder nakomelingschap gestorven is), en zijn beide ouders samen met zijn broers en/of zussen nog in leven zijn, dan verkrijgen beide ouders elk 1/4 reservatair deel (samen dus de helft), en wordt de andere helft verdeeld over de levende broers en/of zussen. Voor zover de erflater zonder kinderen nog slechts 1 overlevende ouder heeft, samen met broers en/of zussen, dan verkrijgt de overlevende ouder 1/4 reservatair deel, en wordt de resterende 3/4 verdeeld over de broers en/of zussen.

 

In het nieuwe erfrecht zal het reservatair deel van de ouders (elk 1/4) bij een erflater zonder nakomelingschap kunnen afgeschaft worden. Het uitgangspunt is en blijft dat de overlevende ouder een deel van de nalatenschap kan erven, doch de erflater heeft de mogelijkheid om de ouder(s) dit deel te ontnemen, lees, in feite de overlevende ouder(s) te onterven.

 

De wetgever heeft een correctiemechanisme ingevoerd doordat in het nieuwe artikel 205bis B.W. gestipuleerd wordt dat in het geval de ouder(s) behoeftig is (zijn), zij aanspraak kunnen maken op een onderhoudsvordering lastens de overlevende broers/zussen. De onderhoudsvordering betreft maximaal hetzelfde breukdeel als hen toekomt in het actuele erfrecht, zijnde 1/4 per overlevende ouder.

 

  1. De globale of punctuele erfovereenkomsten

Actueel is iedere overeenkomst omtrent een toekomstige nalatenschap nietig. Erfovereenkomsten zijn aldus verboden.

 

In het nieuwe erfrecht zal het mogelijk zijn om een globale erfovereenkomst, dan wel een punctuele erfovereenkomst te maken, doch onder strikte voorwaarden.

 

In het geval een globale erfovereenkomst wordt opgemaakt, zit de erflater aan de tafel met al zijn/haar vermoedelijke erfgenamen in rechte lijn (lees: kinderen, kleinkinderen,…), en wordt een overeenkomst opgesteld waarbij concrete afspraken gemaakt worden over de nog open te vallen nalatenschap. Zo kunnen afspraken gemaakt worden omtrent in het verleden gebeurde schenkingen, kan de waarde van de geschonken goederen vastgeklikt worden, en kan men bijvoorbeeld een stiefkind bevoordelen.

 

Een generatiesprong wordt eveneens mogelijk waarbij de erflater reeds een afspraak maakt om bepaalde goederen toe te bedelen aan het kleinkind, doch deze toegerekend worden op het erfdeel van het kind.

 

Het is vaststaand dat deze overeenkomst een grote impact heeft op de open te vallen nalatenschap, en het al dan niet uitoefenen van de rechten van de erfgenamen. De wetgever heeft daarom een aantal garantiemechanismes ingebouwd door onder meer in de verplichte tussenkomst van een notaris te voorzien om de erfovereenkomst te kunnen sluiten. Zo wordt er eveneens een verplichte wachttermijn van één maand voorgeschreven tussen het ontwerp van de erfovereenkomst en de ondertekening ervan, en dient de notaris partijen op aparte tijdstippen erop te wijzen dat zij het recht hebben om een eigen raadsman te kiezen, dan wel op een individueel onderhoud met de notaris teneinde hen afdoende in te lichten.

 

Wellicht zal een akkoord met alle erfgenamen in een globale erfovereenkomst vaak moeilijk te bereiken zijn, zodat men in het nieuwe erfrecht ook een punctuele erfovereenkomst kan sluiten. In een punctuele erfovereenkomst worden specifieke afspraken en beslissingen gemaakt over specifieke aspecten van een schenking of erfenis. In de praktijk is het veel voorkomend dat de waarde van een schenking leidt tot hoogoplopende discussies (denk maar aan de waarde van de geschonken aandelen van een familiebedrijf), zodat men in een punctuele erfovereenkomst de waarde van een schenking bijvoorbeeld reeds kan vastklikken met de andere erfgenamen. In een punctuele erfovereenkomst wordt het ook mogelijk dat een erfgenaam bijvoorbeeld verzaakt aan zijn vordering tot inkorting met betrekking tot een bepaalde verkregen schenking.

 

Dezelfde garantiemechanismes van de globale erfovereenkomst zijn ook van toepassing bij de punctuele erfovereenkomst.

 

  1. De waardering van de schenkingen en de inbreng

In de oefening om de fictieve massa samen te stellen, en de aangaande plicht tot inbreng met al dan niet inkorting, wordt de waarde van een schenking van roerende goederen actueel gewaardeerd op het moment van de schenking, en wordt de waarde van geschonken onroerende goederen gewaardeerd op het moment van overlijden.

 

In de praktijk betekent dit dat in het geval geschonken onroerende goederen een serieuze waardevermeerdering kenden, de begunstigde van de schenking gedwongen is om deze hogere waarde in te brengen en aldus het risico loopt om het reservatair deel van de andere erfgenamen aan te tasten.

 

In het nieuwe erfrecht wordt de waarde van zowel geschonken roerende als geschonken onroerende goederen steeds bepaald op het moment van de schenking, doch mits indexatie (de index van de consumptieprijzen wordt hierbij gebruikt). Een uitzondering is het geval waarbij de schenking van de roerende, dan wel onroerende goederen, gebeurd is met voorbehoud van vruchtgebruik waarbij dan de waarde van de schenking op datum van overlijden van de schenker, dan wel op datum van de afstand van het vruchtgebruik, bepaald wordt.

Hiermee gepaard gaande, gebeurt de inbrengverplichting in het nieuwe erfrecht niet meer in natura zoals dit actueel in principe het geval is, doch in waarde. De inbrengplichtige dient aldus de inbreng financieel te compenseren, doch heeft nog steeds de keuze om toch te kiezen voor een inbreng in natura.

 

  1. Inwerkingtreding van het nieuwe erfrecht

Het nieuwe erfrecht treedt in werking op 1 september 2018. De wetgever heeft in een overgangsmaatregel voorzien wat betreft schenkingen die gebeurd zijn vóór deze datum.

 

Ofwel opteert men ervoor om de oude erfrechtregels te blijven handhaven op de schenkingen die gebeurd zijn vóór 1 september 2018, doch op voorwaarde dat dit notarieel is vastgelegd in een verklaring van behoud, en met dien verstande dat deze oude erfrechtregels dan ook gelden voor alle schenkingen die gebeurd zijn vóór deze datum.

 

Ofwel kiest men ervoor dat de schenkingen onder de nieuwe erfrechtregels vallen, hetgeen automatisch geldt in het geval er geen keuze gemaakt wordt.

 

De voorzienige erflater zal dus alert zijn, en de impact dienen na te gaan wat de gevolgen zijn van de keuze voor de ene dan wel de andere erfrechtregels op de schenkingen vóór 1 september 2018.

 

De nieuwe wet is in elk geval van toepassing op nalatenschappen die openvallen vanaf 1 september 2018.

 

Besluit

 

Het nieuwe erfrecht voert een grondige modernisering van het erfrecht door. Critici betreuren echter dat er geen harmonisering gebeurd is met het nieuwe huwelijksvermogensrecht dat op til staat. Feit is dat het nieuwe erfrecht inspeelt op de nieuwe maatschappelijke realiteit, en dit in elk geval een grotere beschikkingsvrijheid overlaat aan de erflater, hetgeen alleen maar te waarderen is.

Auteur

Laurent Pockelé

News & events

01/06/2018

Het nieuwe erfrecht: tegemoetkoming aan de maatschappelijke realiteit?

Op 1 september 2018 treedt de wet van 31 juli 2017 tot hervorming van het erfrecht (B.S. 1 september 2017) definitief in werking. Een hervorming van het actuele erfrecht drong zich op als gevolg van de maatschappelijke realiteit met onder meer nieuw samengestelde gezinnen, stiefkinderen, plusmama’s,… De belangrijkste wijzigingen lees je in wat volgt.

 

 

  1. Het beschikbaar deel is nu steeds de helft van de fictieve massa

De fictieve massa is de waarde van de totale nalatenschap van de overleden persoon op het ogenblik van overlijden, meer de schenkingen die gebeurd zijn tijdens het leven van de erflater, min de schulden. De fictieve massa splitst men op in enerzijds de reserve, zijnde het deel dat steeds voorbehouden is voor de reservataire erfgenamen, en anderzijds het beschikbaar deel, zijnde het deel waarover de erflater vrij kan beschikken, en dus niet voorbehouden is voor de reservataire erfgenamen.

 

In het actuele erfrecht varieert het beschikbaar deel naargelang het aantal erfgenamen:

 

Aantal kinderen van

de erflater

Reservatair deel

Beschikbaar deel

De erflater heeft 1 kind

1/2 reservatair deel

1/2 beschikbaar deel

De erflater heeft 2 kinderen

1/3 reservatair deel per kind

1/3 beschikbaar deel

De erflater heeft 3 kinderen of meer

1/4 reservatair deel per kind

1/4 beschikbaar deel

In het nieuwe erfrecht is het reservatair deel van de kinderen 1/2 (maar te verdelen over het aantal kinderen), en is het beschikbaar deel steeds 1/2:

 

Aantal kinderen van

de erflater

Reservatair deel

Beschikbaar deel

De erflater heeft 1 kind

1/2 reservatair deel

1/2 beschikbaar deel

De erflater heeft 2 kinderen

1/4 reservatair deel per kind

1/2 beschikbaar deel

De erflater heeft 3 kinderen of meer

1/6 reservatair deel per kind

1/2 beschikbaar deel

In het geval de erflater 2 of meer kinderen heeft, betekent dit dat hun reservatair erfdeel kleiner kan zijn dan in vergelijking met het actuele erfrecht (in de hypothese dat de erflater het beschikbaar deel niet laat toekomen aan de reservataire erfgenamen).

 

  1. Het reservatair erfdeel van de langstlevende echtgenoot (LLE)

In het actuele erfrecht erft de langstlevende echtgenoot het vruchtgebruik op de goederen van de nalatenschap van de erflater, maar ook op die goederen die vóór het huwelijk door de erflater werden geschonken, dit overeenkomstig artikel 745bis B.W.

 

In het nieuwe erfrecht kan de langstlevende echtgenoot geen vruchtgebruik meer laten gelden op de goederen die geschonken werden vóór het huwelijk van de erflater.

 

Ook wat betreft het beschikbaar deel, heeft de wetgever een wijziging doorgevoerd waarbij het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot zich niet meer uitstrekt over het beschikbaar deel en het reservatair deel van het kind of de kinderen, doch dit in principe nu enkel wordt toegerekend op het beschikbaar deel. Op die manier heeft de wetgever het reservatair erfdeel van het kind of de kinderen zoveel als mogelijk onbelast naar voren willen schuiven.

 

  1. Het reservatair erfdeel van de ouders

In het geval de erflater geen kinderen heeft (zonder nakomelingschap gestorven is), en zijn beide ouders samen met zijn broers en/of zussen nog in leven zijn, dan verkrijgen beide ouders elk 1/4 reservatair deel (samen dus de helft), en wordt de andere helft verdeeld over de levende broers en/of zussen. Voor zover de erflater zonder kinderen nog slechts 1 overlevende ouder heeft, samen met broers en/of zussen, dan verkrijgt de overlevende ouder 1/4 reservatair deel, en wordt de resterende 3/4 verdeeld over de broers en/of zussen.

 

In het nieuwe erfrecht zal het reservatair deel van de ouders (elk 1/4) bij een erflater zonder nakomelingschap kunnen afgeschaft worden. Het uitgangspunt is en blijft dat de overlevende ouder een deel van de nalatenschap kan erven, doch de erflater heeft de mogelijkheid om de ouder(s) dit deel te ontnemen, lees, in feite de overlevende ouder(s) te onterven.

 

De wetgever heeft een correctiemechanisme ingevoerd doordat in het nieuwe artikel 205bis B.W. gestipuleerd wordt dat in het geval de ouder(s) behoeftig is (zijn), zij aanspraak kunnen maken op een onderhoudsvordering lastens de overlevende broers/zussen. De onderhoudsvordering betreft maximaal hetzelfde breukdeel als hen toekomt in het actuele erfrecht, zijnde 1/4 per overlevende ouder.

 

  1. De globale of punctuele erfovereenkomsten

Actueel is iedere overeenkomst omtrent een toekomstige nalatenschap nietig. Erfovereenkomsten zijn aldus verboden.

 

In het nieuwe erfrecht zal het mogelijk zijn om een globale erfovereenkomst, dan wel een punctuele erfovereenkomst te maken, doch onder strikte voorwaarden.

 

In het geval een globale erfovereenkomst wordt opgemaakt, zit de erflater aan de tafel met al zijn/haar vermoedelijke erfgenamen in rechte lijn (lees: kinderen, kleinkinderen,…), en wordt een overeenkomst opgesteld waarbij concrete afspraken gemaakt worden over de nog open te vallen nalatenschap. Zo kunnen afspraken gemaakt worden omtrent in het verleden gebeurde schenkingen, kan de waarde van de geschonken goederen vastgeklikt worden, en kan men bijvoorbeeld een stiefkind bevoordelen.

 

Een generatiesprong wordt eveneens mogelijk waarbij de erflater reeds een afspraak maakt om bepaalde goederen toe te bedelen aan het kleinkind, doch deze toegerekend worden op het erfdeel van het kind.

 

Het is vaststaand dat deze overeenkomst een grote impact heeft op de open te vallen nalatenschap, en het al dan niet uitoefenen van de rechten van de erfgenamen. De wetgever heeft daarom een aantal garantiemechanismes ingebouwd door onder meer in de verplichte tussenkomst van een notaris te voorzien om de erfovereenkomst te kunnen sluiten. Zo wordt er eveneens een verplichte wachttermijn van één maand voorgeschreven tussen het ontwerp van de erfovereenkomst en de ondertekening ervan, en dient de notaris partijen op aparte tijdstippen erop te wijzen dat zij het recht hebben om een eigen raadsman te kiezen, dan wel op een individueel onderhoud met de notaris teneinde hen afdoende in te lichten.

 

Wellicht zal een akkoord met alle erfgenamen in een globale erfovereenkomst vaak moeilijk te bereiken zijn, zodat men in het nieuwe erfrecht ook een punctuele erfovereenkomst kan sluiten. In een punctuele erfovereenkomst worden specifieke afspraken en beslissingen gemaakt over specifieke aspecten van een schenking of erfenis. In de praktijk is het veel voorkomend dat de waarde van een schenking leidt tot hoogoplopende discussies (denk maar aan de waarde van de geschonken aandelen van een familiebedrijf), zodat men in een punctuele erfovereenkomst de waarde van een schenking bijvoorbeeld reeds kan vastklikken met de andere erfgenamen. In een punctuele erfovereenkomst wordt het ook mogelijk dat een erfgenaam bijvoorbeeld verzaakt aan zijn vordering tot inkorting met betrekking tot een bepaalde verkregen schenking.

 

Dezelfde garantiemechanismes van de globale erfovereenkomst zijn ook van toepassing bij de punctuele erfovereenkomst.

 

  1. De waardering van de schenkingen en de inbreng

In de oefening om de fictieve massa samen te stellen, en de aangaande plicht tot inbreng met al dan niet inkorting, wordt de waarde van een schenking van roerende goederen actueel gewaardeerd op het moment van de schenking, en wordt de waarde van geschonken onroerende goederen gewaardeerd op het moment van overlijden.

 

In de praktijk betekent dit dat in het geval geschonken onroerende goederen een serieuze waardevermeerdering kenden, de begunstigde van de schenking gedwongen is om deze hogere waarde in te brengen en aldus het risico loopt om het reservatair deel van de andere erfgenamen aan te tasten.

 

In het nieuwe erfrecht wordt de waarde van zowel geschonken roerende als geschonken onroerende goederen steeds bepaald op het moment van de schenking, doch mits indexatie (de index van de consumptieprijzen wordt hierbij gebruikt). Een uitzondering is het geval waarbij de schenking van de roerende, dan wel onroerende goederen, gebeurd is met voorbehoud van vruchtgebruik waarbij dan de waarde van de schenking op datum van overlijden van de schenker, dan wel op datum van de afstand van het vruchtgebruik, bepaald wordt.

Hiermee gepaard gaande, gebeurt de inbrengverplichting in het nieuwe erfrecht niet meer in natura zoals dit actueel in principe het geval is, doch in waarde. De inbrengplichtige dient aldus de inbreng financieel te compenseren, doch heeft nog steeds de keuze om toch te kiezen voor een inbreng in natura.

 

  1. Inwerkingtreding van het nieuwe erfrecht

Het nieuwe erfrecht treedt in werking op 1 september 2018. De wetgever heeft in een overgangsmaatregel voorzien wat betreft schenkingen die gebeurd zijn vóór deze datum.

 

Ofwel opteert men ervoor om de oude erfrechtregels te blijven handhaven op de schenkingen die gebeurd zijn vóór 1 september 2018, doch op voorwaarde dat dit notarieel is vastgelegd in een verklaring van behoud, en met dien verstande dat deze oude erfrechtregels dan ook gelden voor alle schenkingen die gebeurd zijn vóór deze datum.

 

Ofwel kiest men ervoor dat de schenkingen onder de nieuwe erfrechtregels vallen, hetgeen automatisch geldt in het geval er geen keuze gemaakt wordt.

 

De voorzienige erflater zal dus alert zijn, en de impact dienen na te gaan wat de gevolgen zijn van de keuze voor de ene dan wel de andere erfrechtregels op de schenkingen vóór 1 september 2018.

 

De nieuwe wet is in elk geval van toepassing op nalatenschappen die openvallen vanaf 1 september 2018.

 

Besluit

 

Het nieuwe erfrecht voert een grondige modernisering van het erfrecht door. Critici betreuren echter dat er geen harmonisering gebeurd is met het nieuwe huwelijksvermogensrecht dat op til staat. Feit is dat het nieuwe erfrecht inspeelt op de nieuwe maatschappelijke realiteit, en dit in elk geval een grotere beschikkingsvrijheid overlaat aan de erflater, hetgeen alleen maar te waarderen is.